
![]() |
Auteur: mr. Mareille Tol, MNA Legal |
De strakke contracten, hoge kosten en tegenvallende winsten waar de franchisenemer mee te maken kan krijgen, kunnen ertoe leiden dat het franchise-avontuur tegenvalt. Zo rooskleurig als het werd voorgespiegeld hoeft het in de praktijk niet te zijn. Voor niets gaat de zon op; het is niet gezegd dat de succesvolle franchiseformule ook voor iedere ondernemer tot succes leidt.
Kan de franchisenemer de samenwerking met franchisegever stopzetten vanwege tegenvallende cijfers? Onlangs deed de rechtbank op 16 september jongstleden uitspraak in een zaak waarin deze vraag centraal stond.
Leest u hierna meer over de uitspraak en de overwegingen van de rechtbank. De publicatie begint met een uitleg over franchise.
Inhoud:
Franchising is een samenwerkingsvorm waarbij een zelfstandig ondernemer, de franchisenemer, een onderneming (binnen een bepaald territorium) exploiteert volgens de formule van een andere ondernemer, de franchisegever. De franchisenemer blijft juridisch en financieel zelfstandig, maar maakt gebruik van de door de franchisegever ontwikkelde en opgebouwde formule, waaronder de handelsnaam, merken, knowhow, werkwijze, producten en diensten. Zo kan de franchisenemer profiteren van reeds opgebouwde kennis, goodwill, naamsbekendheid en schaalvoordelen van de franchisegever.
Voor het gebruik van de franchiseformule betaalt de franchisenemer doorgaans een vergoeding. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit een eenmalige start fee, een periodieke franchise fee en een bijdrage aan gezamenlijke marketing- en reclameactiviteiten. De hoogte en wijze van berekening van deze vergoedingen verschillen per franchiseformule.
Hoewel de franchisenemer zelfstandig ondernemer blijft, is de vrijheid om de onderneming naar eigen inzicht in te richten doorgaans beperkter dan bij een volledig zelfstandige onderneming. De mate waarin de franchisegever voorschriften stelt, verschilt per formule. Bij zogenoemde hard franchise liggen veel onderdelen van de bedrijfsvoering vast, terwijl bij soft franchise doorgaans meer ruimte bestaat voor eigen keuzes, bijvoorbeeld ten aanzien van assortiment, inkoop of lokale marketing. De franchisenemer is in alle gevallen zelf verantwoordelijk voor de exploitatie van de onderneming en het financiële resultaat en onderneemt daarbij voor eigen rekening en risico.
De franchiseovereenkomst vormt de juridische basis van de samenwerking tussen de franchisegever en de franchisenemer. In deze overeenkomst worden de rechten en verplichtingen van beide partijen vastgelegd. Een belangrijk kenmerk van de franchiseovereenkomst is dat de franchisenemer het recht verkrijgt en zich er tegelijkertijd toe verplicht om de onderneming overeenkomstig de franchiseformule van de franchisegever te exploiteren. De overeenkomst bevat daarom doorgaans bepalingen over het gebruik van de handelsnaam, merken, logo's, knowhow en overige intellectuele eigendomsrechten van de franchisegever. Ook kan worden vastgelegd binnen welk territorium de franchisenemer de formule mag exploiteren en onder welke voorwaarden.
Daarnaast bevat de franchiseovereenkomst doorgaans afspraken over de financiële verplichtingen van de franchisenemer, zoals de entree fee, franchise fee en eventuele marketingbijdragen. Ook worden vaak voorschriften opgenomen over de wijze waarop de onderneming moet worden geëxploiteerd. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om eisen ten aanzien van het assortiment, de kwaliteit van producten of diensten, de winkelinrichting, marketing, administratie en de wijze waarop de formule naar buiten toe wordt gepresenteerd. De franchisegever kan op deze manier de uniformiteit en kwaliteit van de franchiseformule bewaken.
Een franchiseovereenkomst wordt veelal voor een bepaalde periode aangegaan (in de praktijk meestal voor vijf jaar). De overeenkomst kan daarnaast bepalingen bevatten over verlenging, tussentijdse beëindiging en de gevolgen daarvan. Ook de overdracht van de onderneming kan worden geregeld. Een franchisenemer kan zijn onderneming niet altijd zonder meer aan een derde overdragen. De franchiseovereenkomst kan bepalen dat daarvoor voorafgaande toestemming van de franchisegever nodig is en dat de nieuwe franchisenemer aan bepaalde voorwaarden moet voldoen.
Omdat de franchisegever eigenaar is van de franchiseformule en de voorwaarden voor het gebruik daarvan grotendeels bepaalt, bestaat in de praktijk vaak een zekere afhankelijkheidspositie van de franchisenemer ten opzichte van de franchisegever. Om de verhouding tussen beide partijen meer in balans te brengen en onbehoorlijke handelspraktijken tegen te gaan, is op 1 januari 2021 de Wet franchise in werking getreden. Deze regeling is opgenomen in de artikelen 7:911 tot en met 7:922 van het Burgerlijk Wetboek. De wet bevat onder meer regels over de informatie die de franchisegever voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst aan de potentiële franchisenemer moet verstrekken. Daarmee wordt beoogd dat de franchisenemer zich voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst voldoende kan informeren over de franchiseformule, de financiële verplichtingen en de overige voorwaarden van de samenwerking.
De franchiseovereenkomst is daarmee het centrale document waarin de samenwerking tussen franchisegever en franchisenemer wordt vormgegeven. Omdat sprake is van een langdurige zakelijke relatie, is het van belang dat de wederzijdse rechten en verplichtingen, waaronder het gebruik van de formule, de financiële afspraken, de ondersteuning, de bedrijfsvoering, de looptijd, de overdracht en de beëindiging van de samenwerking, zorgvuldig worden vastgelegd.
Nadat franchisenemer en -gever een contract aangaan is het natuurlijk de bedoeling dat partijen de afspraken ook nakomen. Wat als de franchisenemer er vrij snel achter komt dat het franchise-avontuur tegenvalt? Is er dan een weg terug? In de uitspraak die hierna wordt behandeld, leest u hoe dergelijke vragen worden beantwoord.
Wat waren de feiten en omstandigheden van de zaak? Op 10 januari 2025 sloten franchisenemer en -gever een franchiseovereenkomst voor de exploitatie van de franchiseformule van franchisegever. De overeenkomst is aangegaan voor een periode van vier jaar en negen maanden, ingaande op 1 februari 2025 en eindigende op 31 oktober 2029. Naast een franchiseovereenkomst hebben franchisenemer en -gever ook een huurovereenkomst gesloten voor de duur van vier jaren en 9 maanden.
en
Het enthousiasme van franchisenemer om te ondernemen neemt in het eerste jaar van de samenwerking al af en leidt voor franchisenemer tot de constatering op 10 april 2026 dat het ondernemerschap haar minder ligt dan gehoopt. Financieel valt het allemaal niet mee wat het werkplezier niet ten goede komt. Op 14 april 2026 deelt franchisenemer schriftelijk aan franchisegever mede dat zij de samenwerking met franchisegever wil beëindigen en de vestiging wil verkopen. Per 1 juli 2026 besluit franchisenemer vervolgens om eenzijdig de deuren van de vestiging te sluiten.
De uitspraak die hiervoor is behandeld, toont aan dat een franchisenemer niet zonder meer onder een franchise- en huurovereenkomst uit kan wanneer de exploitatie tegenvalt. Een tegenvallend financieel resultaat komt in beginsel voor rekening en risico van de franchisenemer. Alleen bijzondere omstandigheden kunnen maken dat franchisenemer onder de gemaakte afspraken uit kan komen. Het tijdig en zorgvuldig beoordelen van de financiële gevolgen en verplichtingen vóór het aangaan van een franchiseovereenkomst is daarom van groot belang.
U kunt voor meer informatie over franchise contact opnemen met 0900-jurist op telefoonnummer 0900-8090. U krijgt direct een senior bedrijfsjurist aan de lijn
die jarenlang werkte als advocaat en bedrijfsjurist.
In de franchiseovereenkomst zijn afspraken opgenomen ten aanzien van tussentijdse beëindiging van de franchiseovereenkomst:
(...) a) de franchisenemer of franchisegever in staat van faillissement is verklaard, surséance van betaling heeft aangevraagd, een beroep op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen heeft gedaan, dan wel franchisenemer niet langer bevoegd is zelfstandig rechtshandelingen te verrichten, (…) heeft de andere partij het recht (…) de onderhavige overeenkomst onmiddellijk en zonder rechterlijke tussenkomst bij aangetekend schrijven te ontbinden. Zulks onverminderd het recht van de ontbindende partij om van de nalatige partij alsnog nakoming van diens verplichtingen te vorderen, is de ontbindende partij gerechtigd van de nalatige partij schadevergoeding te vorderen (…)
(…) Indien franchisenemer in strijd handelt met de bepalingen in deze overeenkomst, zal franchisegever, na ingebrekestelling, gedwongen worden tot het nemen van maatregelen en is franchisenemer verplicht alle daaraan verbonden kosten, waaronder begrepen de kosten van rechtskundige bijstand, zowel in als buiten rechte geheel aan franchisegever te vergoeden. (…)
Franchisegever wendt zich tot de rechter en eist nakoming van de franchise- en huurovereenkomst.
De rechter beoordeelt of franchisenemer kan worden gehouden aan haar verplichting om het gehuurde pand tot het einde van de huurovereenkomst te blijven exploiteren. De franchisenemer heeft gesteld dat haar onderneming verliesgevend is. De bedrijfskosten (leveranciers en personeel) kan ze niet meer betalen en ze krijgt schuldhulpverlening van de gemeente.
De rechter oordeelt dat een tegenvallende exploitatie in beginsel voor rekening en risico komt van de ondernemer (de franchisenemer). Onder omstandigheden kan het belang van de franchisenemer bij staking van de exploitatie echter zodanig zwaar wegen dat het belang van de franchisegever (bij nakoming van de exploitatieverplichting) hiervoor moet wijken. In deze zaak weegt het belang van franchisegever zwaarder.
De rechtbank oordeelt dat franchisenemer haar stelling dat de onderneming verliesgevend is niet met financiële stukken heeft onderbouwd. De franchisegever heeft wél cijfers in het geding bracht waarvan de juistheid vervolgens niet door franchisenemer is bestreden. De door franchisegever in het geding gebrachte cijfers tonen aan dat de kosten de baten niet overstijgen. Het franchise-avontuur levert geen vetpot op, maar van een verlieslatende onderneming is geen sprake. De franchisenemer had daarom onvoldoende reden om de onderneming te staken en de franchiseovereenkomst te beëindigen en moet haar verplichtingen uit de franchise- en huurovereenkomst nakomen.
Conclusie
Heeft u vragen?
Zie ook: